Deze website is met een knipoog vernoemd naar een beroemd boek van Willem Frederik Hermans, Onder professoren. In 1975 was dit een hoogst controversiële roman en bepaald berucht in het decennium dat volgde na eerste publicatie. Irène Diependaal herlas het boek pas weer nadat zij een academisch proefschrift had verdedigd in november 2013. Zij herlas het boek met verbazing: in moderne ogen is het een hoogst onschuldig boek. Binnen de universitaire wereld is internationaal erg veel gebeurd nadat Nederlands belangrijkste naoorlogse literaire auteur zijn sleutelroman publiceerde.
Onder historici is ook de titel van een boek van de voormalig Leidse hoogleraar H.L. Wesseling: 'Opstellen over geschiedenis en geschiedschrijving' (1995). Dit boek met essays werd opgedragen aan de Leidse historici, 1955-1995. Voor dit verzamelboek werd een motto gebruikt dat ontleend was aan Oscar Wilde: 'Anybody can make history. Only a great man can write it.' Irène Diependaal is geen Leids historicus, maar opgeleid aan de Universiteit van Amsterdam en is daar ook gepromoveerd in 2013. Opgegroeid in Amsterdam en daar de weg goed kennende naar de vele boekhandels, werd zij eind jaren 1980 opgeleid aan de Universiteit van Amsterdam volgens internationale beginselen van historisch onderzoek. Zij werd altijd geattendeerd op wetenschappelijke basisbeginselen en werd ook aangemoedigd tot een interdisciplinaire benadering van historisch onderzoek. Wellicht zit hierin een discrepantie van benadering. Willem Frederik Hermans was immers een Amsterdammer en voelde zich niet op zijn plaats aan de universiteit van Groningen. De standplaats en de daarmee samenhangende "standplaatsgebondenheid" van een historicus of wetenschapper: het is kennelijk belangrijker dan men denkt.
Als ode aan - inmiddels wijlen - John Vincent is een citaat uit zijn boek An Intelligent Person's Guide to History het motto van deze website: zonder bewijsvoering geen geschiedenis. In de Britse geschiedschrijving is ook ruimte voor cross examination: in geval van oral history onder meer het testen van iemands geheugen of het stellen van strikvragen. In het geval van overleden personen wordt vaak met ego-documenten gewerkt. Deze kunnen met elkaar vergeleken worden. Ook kan binnen een primaire bron kan naar inconsistenties en vooroordelen worden gezocht. In Nederland is deze traditie helaas minder diep geworteld omdat de historiografische ontwikkelingen geheel anders waren dan in Anglo-Amerikaanse wereld. Ook daarvoor is plaats op deze website. Het verschil in traditie kan vèrreikende gevolgen hebben. Zo heeft wijlen Coen Tamse, die decennialang de negentiende-eeuwse geschiedenisbestudering over de monarchie onder historici monopoliseerde, zich in de tweede helft van de twintigste eeuw laten leiden door een aanname van John Vincent - een aanname die voor diens publicatie van de dagboeken van een Britse graaf en vooraanstaand politicus uit liep. Deze aanname was voor Coen Tamse dusdanig intrigerend dat hij besloot zich te gaan wijden aan een biografie over koningin-echtgenote Sophie, de eerste echtgenote van koning Willem III. Hij heeft daarover ook voortijdig gepubliceerd zonder bronvermelding. Koningin Sophie was een fascinerende vrouw met een groot internationaal politiek en sociaal netwerk. Het werd voor Coen Tamse, verbonden aan de Universiteit van Groningen, een levenswerk dat onvoltooid bleef. John Vincent deed dezelfde suggestie veel later ook aan Irène Diependaal. Zij kon per omgaande schriftelijk aan John Vincent contrabewijs overleggen. Het was een hard bewijs. Een bewijs bovendien dat aantoonbaar in een vroeg stadium door de handen van Coen Tamse is gegaan. Het was onderdeel van een omvangrijke archiefonderdeel. Klaarblijkelijk heeft hij het niet zo goed onderzocht dat hij doorhad dat het perspectief van waaruit uit hij zijn onderzoek primair deed niet kon kloppen. Onder historici is Coen Tamse altijd blijven suggereren dat hij het gelijk aan zijn kant had maar dat hij wegens onderwijstaken en vervolgens zwakke gezondheid niet toekwam aan publiceren.
Op een andere website, met de naam Hereditas Historiae, is vanaf 2013 bijgehouden wat Irène Diependaal relevant vond om te delen met een groot publiek over de inhoud van haar historische onderzoek. Ook was daar ruimte voor een bloemlezing van oude publicaties. Veel artikelen van de hand van Irène Diependaal zullen op Onder historici niet meer terug te vinden zijn. Zij zijn verouderd: als gevolg van het voortzetten van haar eigen onderzoek, maar ook omdat de Rijksvoorlichting en het Koninklijk Huis de hoofdboodschap zoals verwoord in de analytische opinie-artikelen oppikten en overgingen tot beleidsveranderingen. Met de troonswisseling van 2013 -van koningin Beatrix naar koning Willem-Alexander - is gekozen voor een geheel andere koninklijke stijl van opereren en koers hoe de Nederlandse monarchie het beste toekomstbestendig gemaakt kon worden. Irène Diependaal staat hier buiten. Het is een stijl en koers die onder koningin Beatrix heel gevoelig lag bij haar persoon en haar naaste professionele adviseurs.
Hereditas Historiae gaf vooral informatie over het politieke en maatschappelijke kader waarin geschiedenisonderzoek en geschiedschrijving plaatsvinden of behoren plaats te vinden. Hereditas Historiae gaat binnenkort verdwijnen omdat de software verouderd is. Door de jaren heen goed bezochte delen worden overgezet naar deze website. De oorspronkelijke taal zal worden gehandhaafd.
De rode draad is de noodzaak tot waarheidsvinding door zowel journalisten als historici. Historici hebben een belangrijke publieke rol omdat zij historische feiten van de ene naar een volgende generatie overbrengen.
* Niets van deze website, teksten of afbeeldingen, mogen worden verveelvoudigd, op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Irène Diependaal.
New York Times, 4 December 2017